KDS (Kliermaag)
 

Kliermaag Verwijdings Syndroom (KDS), Proventricular Dilatation Syndrome, Neuropathic Gastric Dilatation or Macaw
Wasting Disease, is een zeer vervelende en meestal fataal verlopende ziekte die niet alleen Ara's maar ook grijze roodstaarten
en kaketoe's aantast. Ook andere kromsnavel soorten kunnen deze ziekte krijgen, hoewel de amazone papegaaien relatief
bestand lijken tegen deze ziekte. De ziekte is voor het eerst herkend in 1971 en is sindsdien vastgesteld in o.a bovengenoemde
soorten maar ook in edelpapegaaien, zonparkieten, grasparkieten en valkparkieten. De ziekte is vastgesteld bij vogels vanaf
een leeftijd van 10 weken tot vele tientallen jaren oud. Relatief jonge dieren lijken dus vreemd genoeg wat meer bestand tegen
deze ziekte.
De aandoening wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een virus. De eerste symptomen zijn vaak braken (overgeven vanuit
de krop), verminderde eetlust en kropovervulling ten gevolge van de acute infectie van krop, klier- en spiermaag en darmen.
Met name bij edelpapegaaien worden ook afwijkingen in het zenuwstelsel gezien zoals verlammingen, wankel lopen,
draaihalzen etc. Ongeveer 90% van de vogels die dit eerste stadium overleven lijken te herstellen.
Maar bij de overige 10% van de vogels wordt door een chronische ontstekingsreactie de zenuwcentra in de wand van
het maagdarmkanaal vernietigd. Hierdoor kan de krop zich niet of maar heel langzaam meer legen (overvulde krop). De
kliermaag raakt opgestopt door de vele zaden. Deze vogels zitten na het eten vaak langdurig te slikken en met de hals te
rekken. Deze vogels liggen vaak plotseling dood omdat zich of een perforatie in de spierwand ontwikkeld of de
stilstaande maaginhoud gaat rotten. Bij andere vogels raakt vooral de spiermaag aangetast met als gevolg dat de opgegeten
zaden niet meer fijngemalen of tegengehouden worden maar in zijn geheel en onverteerd in de ontlasting verschijnen. Deze
vogels vermageren sterk ondanks een buitensporig grote eetlust en sterven uiteindelijk van uitputting door de ondervoeding.

Al deze verschijnselen zijn helaas niet specifiek voor deze aandoening. Ook andere aandoeningen zoals lood vergiftiging, bacteriële
en gist infectie van de krop of maag, dan wel ingeslikte vreemde voorwerpen en obstructies (touw) kunnen sterk
gelijkende symptomen geven. De diagnose bij een zieke levende vogel kan heel moeilijk zijn.
Meestal is er een volledig bloedonderzoek en ontlastingsonderzoek nodig om andere aandoeningen uit te sluiten. De
meeste informatie wordt echter verkregen met een röntgenonderzoek. Looddeeltjes zijn eenvoudig op de foto te zien. Op
een standaardfoto kan soms de overvulde kliermaag gezien worden en ook het ontbreken van de normaal aanwezige
maagkiezel of kleine steentjes is een sterke aanwijzing. Echter vaak moet de vogel wat bariumpap gevoerd worden. Door
enige tijd daarna opnieuw röntgenfoto's te maken kan vastgesteld worden dat er een vertraagde of afwezige krop,
kliermaag of darmlediging is. Echter al deze bevindingen kunnen een sterke aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een
kliermaag verwijdingsyndroom maar een onomstotelijk bewijs vormen zij niet. Voor een definitieve diagnose zijn stukjes weefsel
uit de krop, kliermaag en/of darm nodig. Bij de levende vogel noemen we dit biopten, bij sectie op doden dieren kan een deel
van deze organen opgestuurd worden. De patholoog anatoom kan bij weefselonderzoek pas uiteindelijk de
karakteristieke verschijnselen van deze ziekte onder de microscoop vaststellen en zo de diagnose bevestigen.,

Kliermaag verwijdingsyndroom is een lastige ziekte omdat zowel het veroorzakende virus, de wijze van overbrenging (ontlasting
en braaksel?) , de incubatietijd en de besmettelijkheid onbekend zijn. Er bestaat ook geen test waarmee besmette vogels op
simpele wijze zijn op te sporen. Dus als de ziekte eenmaal in een voliere opduikt is het zeer moeilijk de ziekte weer uit te roeien.
Hoewel het aantal sterfgevallen meestal niet meer dan 5-10% bedraagt van het totaal aantal aanwezige vogels, kan de
ziekte gedurende een periode nog wel 1-2 jaar na het eerste geval nog steeds totaal onverwacht nieuwe slachtoffers maken.
Soms worden aangrenzende hokken schijnbaar overgeslagen en duikt de aandoening na drie maanden ineens alsnog aan
het andere eind van de volière op.
Er is geen behandeling of vaccinatie bekend. Vogels die onverteerde zaden uitpoepen kunnen het vaak nog heel lang goed doen
op pelletvoer (Nutribird, Prettybird, Harrison's). Uiteindelijk gaan deze vogels vaak toch dood. Hoe lang eenmaal besmette vogels
nog besmettelijk blijven is onbekend. Goede hygiëne zal de verspreiding van de ziekte moeten voorkomen. Dwz. zo min
mogelijke verhuizingen binnen de hokken, geen nieuwe aankopen. Voederbakken ontsmetten en steeds in dezelfde
hokken terugplaatsen. Niet met dezelfde schoenen van het ene hok in het andere hok lopen en dichte scheidingswanden tussen
de vluchten.