Van de inwendige parasieten kunnen de wormen een ware plaag vormen. De belangrijkste wormsoorten die
kromsnavels parasiteren, zijn de ascariden of spoelwormen en de capillaria of haarwormen. Spoelwormen zijn ronde
wormen die aan beide einden spits uitlopen, met een lengte van ongeveer 4-8 cm; de kleur is wit-lichtroze. Ze leven in de
ingewanden van het half verteerde voedsel dat voor de vogel is bestemd en van het darmslijmvlies zelf. Behalve dat irriteren
ze ook de darmwand, wat op zichzelf de spijsvertering ongunstig kan beïnvloeden.
De wormen produceren een overvloed aan eieren, waarvan de schaal dik en donker van kleur is en die tegelijk met de
uitwerpselen van de vogel afgevoerd worden. De eitjes zijn veel te klein om met het blote oog waar te kunnen nemen.
Maar de dierenarts kan ze met een goede microscoop goed waarnemen. Doordat één worm miljoenen eitjes kan
produceren, verraden de eieren die gevonden worden bij het ontlastingsonderzoek al snel de aanwezigheid van wormen
in de vogel. Ongeveer twee-zes weken hierna zijn larven die uit de eieren zijn gekomen weer besmettelijk voor andere vogels.
De besmetting wordt veroorzaakt doordat deze larven van de bodem middels oud zaad, grassprieten of oude ontlasting.
Vooral vogels die veel op de grond foerageren zoals bijv. Rose kaketoes zijn erg gevoelig voor spoelwormen.
Vermagering.
De nog niet uitgekomen eieren of larven vormen nog maandenlang een besmettingsgevaar. De verschijnselen van een
ascaridia-besmetting treden enkele weken na de opname van de eieren op, bijgevolg nooit bij nestjongen. Het duurt namelijk
even totdat de wormen zo groot en talrijk zijn dat ze problemen gaan geven. In het begin is een verhoogde eetlust waar te
nemen, doch desondanks vermageren de vogels sterk. Het borstbeen voelt scherp aan. Zelden treedt diarree op. Vaak raakt
de dunne darm geheel verstopt. Dit veroorzaakt dan een opgezwollen buik, gebrek aan eetlust en braken. Daar deze
wormen tevens irritatie van de darmen veroorzaken, wordt de opname van vitaminen belemmerd en kunnen verlammingsverschijnselen optreden,
dit zowel bij lichte als bij zware besmettingen. Onnodig erop te wijzen dat de
conditie van
de vogels snel achteruit loopt, met
dikwijls fatale gevolgen.
Hebben mijn vogels wormen ?
De aanwezigheid van wormen valt niet met zekerheid aan de buitenkant van de vogels vast te stellen. Soms kunnen wormen
van ouderdom dood gaan en het lichaam spontaan verlaten. De spoelwormen kan men dan met het blote oog als een
soort elastiekjes of vermicelli sliertjes in de ontlasting zien. Haarwormen zijn te klein om met het blote oog te zien. Lintwormen
laten vaak in stukjes los en produceren bami-achtige repen. In alle gevallen is de vogel al lange tijd besmet geweest.
De wormen hebben dan al geruime tijd alle gelegenheid gekregen schade aan te richten. Het beste is om 2x per jaar wat
ontlasting van de
vogels naar een dierenarts te brengen die zich wat gespecialiseerd heeft in vogels. Opsturen kan ook.
Haarwormen
De capillaria zijn, zoals de naam al zegt, zo dun als een haar. De lengte is ongeveer 1 cm en de doorsnede 0,3 mm. Ze zijn met
het blote oog nauwelijks te onderscheiden. De eieren die ze produceren rijpen in ongeveer een week, dus vlugger dan die van
de ascariden. De haarwormen veroorzaken, wanneer ze zich massaal aan het darmslijmvlies of kropslijmvlies vasthechten,
veel ernstiger en meer plotseling optredende verschijnselen dan spoelwormen.
Hier zien we in het algemeen een ernstige darmontsteking met dikwijls bloed in de dunne ontlasting waardoor de vogels ernstig
ziek worden, snel vermageren en vaak niet meer in staat zijn te vliegen. Infecties in de krop kunnen zich uiten doordat de vogel
gaat braken.
Besmetting
vindt plaats door opname van eieren die in de uitwerpselen van besmette dieren worden aangetroffen. De niet opgenomen
eieren blijven, net als met de eieren van spoelwormen het geval is, nog lang hun besmettingsvermogen behouden, maar is
toch kortstondiger van aard dan die van de spoelwormen. Vooral vogels die op de grond foerageren en vogels in buitenvolières
zijn erg gevoelig voor wormbesmettingen.
Wormmiddelen
Een uitstekend wormmiddel is Fenbendazole in een orale dosering van 10-50 mg/kg lichaamsgewicht. Het middel wordt
uitstekend verdragen. Het wordt toegediend met druppelpipet of knopnaald. Wie de toediening met druppelpipet of
knopnaald niet aandurft, kan een paar druppels van het middel op een stukje fruit doen. Wel goed opletten dat de vogels het
eten en niet de helft vermorsen. Als de vogels gewend zijn af en toe een stukje fruit te krijgen, lukt deze manier van
medicijntoediening wel. Zo niet, dan is men
aangewezen op de drinkwaterkuur. Zeer geschikt voor deze methode is het
wormmiddel Ivermectine 20 mg per liter water gedurende 48-72 uur. Tijdens de kuur geen ander drinkwater en
groenvoer verstrekken. De orale ontworming, d.w.z. het wormmiddel rechtstreeks in de snavel of krop geniet echter
de voorkeur omdat de drinkwaterkuur vanwege het onregelmatige drinkgedrag van de vogels niet altijd tot het
gewenste resultaat leidt. Een herhaling van de kuur na 3 weken is aan te bevelen. Het is soms wenselijk de vogels na een
wormkuur een extra vitaminestoot te geven. Met name een gebrek aan vitamine A schijnt het besmettingsgevaar aanmerkelijk
te verhogen.
Desinfectie
Ter voorkoming van herbesmetting dienen de hokken allereerst vooral huishoudelijk te worden gereinigd en goed droog te
worden gehouden. Evt. kunnen de hokken worden gedesinfecteerd met een natronloogoplossing (diverse fabrikaten).
Dit moet na een week nog eens worden herhaald. De buitenvoliere moet 25 cm worden afgegraven en voorzién van
schoon rivierzand of ballast (mengsel van gele zand en grind). Ideaal is een betonnen vloer met rooster onder de zitstokken.
Lintwormen
Bij import kromsnavels komen nogal eens lintwormen voor. Deze lange platte witte wormen lijken wel op een strook
postzegeltjes, Lintwormen hebben vaak een tussengastheer nodig welke in het land van oorsprong wel, maar in Nederland
niet voorkomt. Als lintwormmiddel is praziquantel een prima middel.
|